|
 |
Ziekte van Bowen
|
een informatiefolder van Uw
dermatoloog
|
|
Wat
is
het?
De ziekte van
Bowen
(meestal
aangeduid met de Latijnse naam: morbus Bowen) is een afwijking
waarbij
zich zeer oppervlakkig in de huid afwijkende cellen bevinden. Het wordt
beschouwd als het laatste stadium vóór huidkanker.
Daarom wordt
morbus Bowen
ook wel plaveiselcelcarcinoom in situ genoemd, vrij te vertalen
als plaveiselcelcarcinoom in-de-dop. Overigens breidt de afwijking zich
vaak eerst oppervlakkig uit en kan het lang duren voordat uit een
morbus
Bowen echt huidkanker ontstaat.
Hoe
ziet
het er uit?
Morbus Bowen
ziet er uit
als een rood, vaak iets schilferend plekje, dat vrij scherp van de
gezonde
huid afgegrensd is. Het wordt aanvankelijk vaak aangezien voor een
eczeemplekje.
Ook kan de morbus Bowen sterk lijken op een oppervlakkig groeiend
basaalcelcarcinoom.
Meestal geeft een Bowen geen klachten van jeuk of pijn. Ze worden
vooral
gezien op delen van de huid die regelmatig aan de zon zijn
blootgesteld,
zoals de handen, onderarmen en het gelaat.
Hoe
wordt
het behandeld?
Omdat de
afwijkende cellen
zeer oppervlakkig gelegen zijn is een eenvoudige vries-behandeling met vloeibare
stikstof
voldoende. Een alternatief is een korte behandeling
met fluorouracil
crème. Ook fotodynamische
therapie is geschikt om de ziekte van Bowen te behandelen. Bij
deze behandeling worden de afwijkende cellen met een speciale
crème gevoelig gemaakt voor zichtbaar licht. Vervolgens vindt
belichting plaats waardoor de cellen afsterven en de ziekte van Bowen
wordt opgeruimd.
Wanneer er bij
de arts
enige
twijfel bestaat of er mogelijk toch van een begin van huidkanker sprake
kan zijn heeft het operatief weghalen de voorkeur.
Wat
zijn de vooruitzichten?
Zoals gezegd
is de
behandeling
van morbus Bowen eenvoudig. De meeste dermatologen zullen adviseren de
huid jaarlijks te laten screenen door de huis- of huidarts op morbus
Bowen
en andere huidbeschadigingen.
|