Wat is het?
Bij frontale
fibroserende alopecie (FFA) is er sprake van plaatselijke haaruitval in
de
voorste haarlijn van het behaarde hoofd. De aandoening komt vrijwel
alleen voor
bij vrouwen in de menopauze en is niet zeldzaam.
Hoe ziet het eruit?
Er is
sprake van
plaatselijk haarverlies, soms met een lichte roodheid van de huid,
vooral rond
de haarfollikeltjes in de rand van het aangedane gebied. Ook
littekentjes
kunnen zichtbaar zijn.
Hoe ontstaat het?
Hoe FFA
precies ontstaat
is nog niet bekend. Gedacht wordt aan een autoimmuunreactie waarbij
onderdelen
van de haarzakjes worden aangevallen door het eigen afweersysteem.
Waarom de
aandoening zich uitsluitend presenteert in de voorste haarlijn en in
hoeverre
verandering van de hormoonbalans in de menopauze een rol speelt is niet
duidelijk.
Hoe wordt de
diagnose
gesteld?
De diagnose
wordt
doorgaans gesteld op de klinische presentatie. Een biopt voor
weefselonderzoek
kan de diagnose ondersteunen maar levert vaak maar weinig extra
informatie op.
Om die reden laat de dermatoloog een biopt vaak achterwege.
Hoe wordt het
behandeld?
Frontale
fibroserende
alopecie is buitengewoon hardnekkig en reageert maar matig op
behandeling. Een
sterke corticosteroïdlotion kan het ontstekingsproces soms wel
afremmen en de
haaruitval vertragen. Experimentele behandelingen met anti-malaria
middelen
zijn wel beschreven maar de resultaten zijn wisselend en de
geneesmiddelen kúnnen
vervelende bijwerkingen geven.
Uiteindelijk
dooft
de
FFA weer uit, maar kan intussen wel aanzienlijk en onomkeerbaar
haarverlies
veroorzaakt hebben…