|
 |
Haaruitval
|
een
informatiefolder
van Uw
dermatoloog
|
Wat is het?
Haaruitval en kaalheid
zijn
veel voorkomende
problemen. Er zijn verschillende vormen en oorzaken van haarverlies. De
meest voorkomende vormen zullen in deze on-line folder worden besproken.
Hoe groeit het haar?
Haren
worden aangemaakt in de haarzakjes (haarfollikels). Het
aantal haarfollikels op de hoofdhuid ligt rond de 100.000. Dit is voor
elk individu anders en genetisch bepaald. Zo hebben bijvoorbeeld blonde
mensen meer haarzakjes
op de hoofdhuid dan mensen met rossige of zwarte haren.
In de haargroei zijn
verschillende
fasen te onderscheiden:
- de groeifase (anagene fase)
- de overgangsfase (catagene fase)
- de rustfase (telogene fase)
De groeifase
van het hoofdhaar duurt gemiddeld 3 jaar. Bij vrouwen duurt de
groeifase van elke hoofdhaar langer dan bij mannen. In de loop van het
laatste groei-jaar neemt de celdeling langzaam af en wordt de basis van
de haar steeds dunner. Dan breekt de overgangsfase aan waarin de groei
volledig stopt en de haar minder stevig in het haarzakje verankerd zit.
In de rustfase die daarop volgt zal de haar uitvallen.
|
|
Na enkele
maanden komt het haarzakje weer tot ontwikkeling en wordt een nieuwe
haar geproduceerd. In de loop van het leven neemt het aantal haarzakjes
(en dus de dikte van de haardos) af. Dit is deels afhankelijk van
hormonale factoren. |
Soorten
haaruitval
Alopecia
androgenetica
Alopecia androgenetica,
of kaalheid volgens mannelijk patroon, is een zeer veel
voorkomende
vorm
van permanente haaruitval. Het is bij mannen volstrekt normaal en bij
vrouwen
slechts zelden een aanwijzing voor een onderliggend ziekteproces.
Bij mannen
met aanleg voor alopecia androgenetica begint de haaruitval op enig
moment na de puberteit. Kenmerkend is het (heel geleidelijk)
haarverlies boven op de kruin en bij de slapen dat zich langzaam
uitbreidt. De haren aan weerszijden van het hoofd en op het achterhoofd
vallen niet uit. Dit komt door een
erfelijke gevoeligheid van de
haren
voor dihydrotestosteron (DHT), een van de mannelijke hormonen. Vooral
haren
op de kruin blijken bij veel mannen extra gevoelig voor dit hormoon.
Bij
deze haren veroorzaakt DHT een verkorte anagene groeifase van het haar
zodat de haarimplant dunner lijkt (er zijn tenslotte veel haarfollikels
in de telogene ‘uitval’ fase) en uiteindelijk verschrompeling van de
haarwortels.
Op dat moment is nieuwe haargroei niet meer mogelijk.
Bij vrouwen
komt alopecia androgenetica in de menopauze veel voor. Ook bij hen is
de mate van haaruitval erfelijk bepaald. Wanneer bij jonge vrouwen
alopecia androgenetica ontstaat zal de arts in veel gevallen aanleiding
zien om nader endocrinologisch (hormonaal) te laten verrichten.
(Meer over alopecia
androgentica...)
Alopecia areata
Bij
Alopecia
areata
is er
sprake van pleksgewijze haaruitval. Meestal is deze haaruitval
gelocaliseerd
op het behaarde hoofd, maar in principe kan het elk behaard deel van de
huid aantasten, zoals de baardstreek, de schaamstreek en de wenkbrauwen.
Bij 5-10% van
de
patienten
valt al het hoofdhaar uit. Dit wordt een alopecia areata totalis
genoemd.
Bij 1-2% is er zelfs sprake van een uitval van alle lichaamsbeharing:
dit
heet alopecia areata universalis.
Alopecia
areata
is vrijwel zeker een auto-immuunaandoening.
Hierbij herkent het lichaam de haren ten onrechte als niet bij het
lichaam
horend en stoot ze af. Onder de microscoop kan rond de haarzakjes in de
huid inderdaad een ontstekingsreactie worden aangetoond.
Alopecia
areata kent
een
grillig beloop dat bij elke patient weer anders is. Bij verreweg de
meeste
mensen met alopecia areata valt het haar plotseling pleksgewijs uit en
komt de haargroei binnen 2 jaar vanzelf terug.
(Meer over alopecia
areata...)
Telogeen
defluvium
Wanneer ongebruikelijk veel haren tegelijk
in de telogene fase (rustfase) terecht komen vallen veel haren uit. Dit
is meestal diffuus over de hoofdhuid verspreid. De patient merkt dat er
relatief veel haar uitvalt: haar op het kussen, in het afvoerputje van
de douche etc. Soms is deze vorm van haaruitval zo hevig dat de
schedelhuid goed zichtbaar wordt door de overgebleven haren heen.
Deze 'synchronisatie' van de haargroeifasen die leidt tot het telogeen
defluvium is meestal terug te voeren op een stressvolle gebeurtenis die
2 tot 4 maanden voor het begin van de haaruitval plaatsvond. Dit kan
bijvoorbeeld zwangerschap zijn, maar ook een koortsende ziekte of
momenten van ernstige psychische stress. Meestal herstelt de haargroei
zich weer binnen een jaar. Dit herstel is helaas niet altijd volledig.
Tot dusver is er geen behandeling bekend die het herstel kan
bespoedigen.
Haaruitval
door
geneesmiddelen
Het gebruik van geneesmiddelen kan ook leiden tot haaruitval. De
haaruitval treedt diffuus over het behaarde hoofd op. Bekend is
natuurlijk de extreme haaruitval die kan optreden na het gebruik van
bepaalde vormen van chemotherapie. Maar ook andere geneesmiddelen
kunnen haaruitval veroorzaken. Van veel medicijnen is wel eens
gerapporteerd dat zij bij individuele patiënten mogelijk
haaruitval hebben veroorzaakt. Enkele geneesmiddelengroepen die met
enige regelmaat problemen met haaruitval veroorzaken staan hieronder
genoemd:
Zeer
vaak
cytostatica (chemotherapie)
Regelmatig
anticoagulantia ('bloedverdunners')
retinoïden
(isotretinoïne,
acitretine,
gebruikt in de dermatologie)
lithium
(psychiatrie)
Soms
antimalaria medicijnen
bèta-blokkers
(cardiologie)
ACE-remmers
(cardiologie)
Haaruitval met
verlittekening van de
hoofdhuid
Bij
verlittekening van
de
huid verdwijnen de haarzakjes en kan op die plek van de huid geen haar
meer groeien, ook niet na eventuele genezing van de oorspronkelijke
aandoening. Haaruitval met verlittekening (cicatriciële alopecie)
kan worden onderverdeeld in 5 groepen. Deze groepen worden hieronder
vermeld met uit elke groep enkele voorbeelden van belangrijke oorzaken.
Erfelijke
aandoeningen
Infecties
bacteriën
(bv. syfilis)
schimmels
protozoën (bv.
leishmania)
Kanker
Fysische
oorzaken
bestraling
verbranding
Ontstekingen
van
de huid
Haaruitval
door
interne
aandoeningen
Verschillende interne ziekten kunnen leiden tot haaruitval. Een
belangrijk voorbeeld is problematiek met de schildklier. Dit kan leiden
tot een diffuse haaruitval en gedeeltelijke uitval van de haren van de
wenkbrauwen (bij een te traag werkende schildklier). Ook bepaalde
aandoeningen waarbij te weinig voedingselementen uit het
spijsverteringskanaal worden opgenomen (de malabsorptie syndromen)
zoals gluten-enteropathie kunnen leiden tot haaruitval.
Haaruitval
door
roken
In de medische literatuur wordt melding gemaakt van een groter risico
op haaruitval en kaalheid bij rokers dan bij niet-rokers. Dit wordt
verklaard uit een verminderde doorbloeding van de huid bij mensen die roken. Hierdoor kan minder
zuurstof en voeding de haarwortels bereiken, waardoor de kwaliteit van
het haar achteruit gaat en zelfs gedeeltelijk kan uitvallen.
Trichotillomanie
Deze vorm van haarverlies is het gevolg van herhaaldelijk trekken aan
de haren door de patiënt zelf. Vaak gebeurt dit onbewust. Niet
zelden betreft het het draaien van de haren rond de vingers. Een vrij
scherp begrensde kale of spaarzaam behaarde plek is het gevolg. Soms
wordt trichotillomanie gezien in het kader van een psychiatrische
stoornis. Het stoppen van het manipuleren van de haren leidt meestal
tot een volledig herstel van de haargroei
Tractie-alopecie
Bij tractie-alopecie ('haaruitval door trekken') ontstaat bij bepaalde
kapsels waarbij een continue tractie aan de haren plaatsvindt. Strak
gevlochten vlechten (bv. bij rastakapsels), bepaalde strak opgebonden
paardestaarten en frequent toepassen van een krullenset kunnen leiden
tot tractie-alopecie. Wanneer de tractie herhaaldelijk en zeer
langdurig bestaat kan het haarverlies permanent blijken.
|