Wat is het?
Herpes
gestationis (HG) is
een zeer zeldzame, sterk jeukende, blaarvormende huidafwijking die
tijdens de zwangerschap kan ontstaan. Ondanks de naam heeft de
aandoening niets met gewone herpes te maken. Het is een
autoimmuunaandoening: het afweersysteem maakt antistoffen tegen delen
van het eigen lichaam. Grote onderzoeken geven aan dat de aandoening
geen verhoogd risico op ernstige complicaties bij de ongeboren baby
veroorzaakt (literatuur).
Hoe
ontstaat
het?
Hoe HG
ontstaat is niet
helemaal duidelijk, maar waarschijnlijk gaat het om een soort
kruisreactie tussen de placenta (moederkoek) en de huid van de moeder.
Het immuunsysteem produceert als gevolg hiervan antistoffen tegen een
bepaald eiwit (BP180) in de huid. Hierdoor treedt plaatselijk
blaarvorming van de huid op. De reactie van de antistoffen op de huid
is geheel vergelijkbaar met de reactie die wordt gezien bij parapemphigus, een zeldzame blaaraandoening
bij ouderen.
Wie
krijgt
het?
De
aandoening is erg
zeldzaam: herpes gestationis treedt bij 1 op de 50.000 zwangerschappen
op. Meestal ontstaan de problemen in het begin van het 3e trimester van
de zwangerschap. Soms treden al vroeger klachten op, soms al in de 2e
maand van de zwangerschap, dit is echter bijzonder zeldzaam.
Vrouwen
die HG
ontwikkelden blijken vaker dan gemiddeld ook andere autoimmuun
aandoeningen te hebben (gehad), bijvoorbeeld van de schildklier.
Hoe
ziet
het eruit?
HG
begint meestal met rode
jeukende bultjes. Deze breiden zich uit over de huid. In een later
stadium ontstaan blaren die met helder vocht gevuld zijn. De jeuk is
vaak intens.
In een
vroeg stadium
kunnen de huidafwijkingen sterk lijken op PUPPP,
een
vaker voorkomende vorm van zwangerschapsjeuk. PUPPP heeft
veroorzaakt echter geen blaren.
Wat
zijn de gevolgen
voor de baby?
In het
verleden werd wel
gerapporteerd dat HG een vergroot risico geeft op miskramen. Uit
nieuwere, grotere, studies komt naar voren dat de kans op miskraam niet
significant hoger lijkt te zijn dan bij zwangeren zonder HG. Wel lijkt
er vaker sprake te zijn van een lager geboortegewicht van de baby en
soms ook van vroeggeboorte. Dit is mogelijk het gevolg van het feit dat
de bloedvaten van de placenta kunnen worden aangetast door de
aandoening.
Wanneer
HG zeer vroeg in
de zwangerschap begint lijkt er wel sprake te zijn van een verhoogd
risico op complicaties.
Hoe wordt het behandeld?
De jeuk
wordt behandeld
met lokale steroidcremes en verkoelende lotions. Ook kunnen
antihistaminica hulp bieden bij de jeukbestrijding. In de meeste
gevallen blijken deze lokale middelen alleen niet voldoende, en wordt
behandeling gestart met prednisontabletten. De begindosering ligt
meestal tussen de 30 en 60 mg per dag. De vervolgdosering is dan
afhankelijk van hoe de aandoening zich ontwikkelt.
Wat
gebeurt
er na de bevalling?
De
aandoening verdwijnt na
de geboorte van het kind. Soms treedt vlak na de geboorte nog een korte
verheviging van de klachten op. In zeldzame gevallen blijven de
klachten nog tot een jaar na de bevalling in enige mate aanwezig.
HG wordt
beschouwd als een
indicatie voor (poli)klinische bevalling. Wanneer tijdens de
zwangerschap een behandeling met prednison nodig was is het belangrijk
dat de pasgeboren baby direct na de bevalling wordt nagekeken door een
kinderarts. Ongeveer 10% van alle pasgeboren baby’s van wie de moeder
HG had tijdens de zwangerschap heeft zelf ook huidklachten die passen
bij HG (meestal in geringe mate). Deze huidafwijkingen (blaasjes,
bultjes) verdwijnen vanzelf.
Wat
zijn
de vooruitzichten?
De kans
dat HG opnieuw
ontstaat bij een volgende zwangerschap is hoog (ongeveer 90%).
Overigens kan het moment in de zwangerschap waarop de klachten
beginnen bij een volgende zwangerschap anders zijn (zowel eerder als
later dan de eerste keer).
|