Mazelen ('de mazelen') is een zeer besmettelijke
infectieziekte die over het algemeen op de kinderleeftijd optreedt.
Tegenwoordig worden kinderen in de Westerse wereld gevaccineerd tegen
het mazelenvirus en daarmee is de ziekte in Nederland en België
extreem zeldzaam geworden. In de 3e wereld, waar meestal niet
gevaccineerd wordt, sterven jaarlijks nog 1.000.000 kinderen aan
mazelen.
Wat
zijn
de verschijnselen?
Na
besmetting ontstaan eerst klachten die lijken op die van een
verkoudheid: koorts, hoesten en rode ogen. Vervolgens ontstaan kleine
witte plekjes in de mond (de zgn plekken van Koplik) en ontstaat een
rode huiduitslag, meestal eerst in het gelaat, later ook over de rest
van het lichaam. Deze uitslag bestaat uit talloze kleine rode vlekjes;
een dergelijke uitslag noemen wij een viraal exantheem. Bij de meeste
kinderen gaan de mazelen zonder complicaties voorbij. Een klein deel
van de kinderen kan echter ernstige complicaties krijgen die soms zelfs
fataal kunnen zijn.
Hoe
wordt
het overgebracht?
Het virus wordt door aanhoesten en niezen
overgebracht. Mensen zijn besmettelijk vanaf 2 dagen vóór
het ontstaan van verschijnselen tot ca. 5 dagen nadat de rode uitslag
is verschenen. Het mazelenvirus is buitengewoon besmettelijk. Sinds
vele jaren is de vaccinatie tegen mazelen echter opgenomen in het
Rijksvaccinatie programma.
Wie
loopt
risico op het krijgen van mazelen?
Wie vroeger mazelen heeft doorgemaakt of is
gevaccineerd tegen mazelen heeft in principe een levenslange
bescherming tegen het virus.
Mensen die om welke reden dan ook niet zijn
ingeënt lopen natuurlijk risico (vluchtelingen, mensen die uit
godsdienstige overtuiging niet laten vaccineren).
Ook mensen die wel gevaccineerd zijn maar een
sterk
verminderde weerstand hebben door medicijnen (bv. prednison, andere
onderdrukkers van de afweer) of ernstige weerstandsverlagende ziekten
(b.v. HIV/AIDS, kanker) kunnen ziek worden na besmetting met het
mazelenvirus.
Omdat in Nederland het overgrote deel van de bevolking immuniteit heeft
tegen het mazelenvirus is de kans dat een persoon die wel vatbaar is
ook inderdaad besmet wordt klein. Dit fenomeen wordt
'herd-immunity'genoemd: het virus kan zich in de bevolking niet
handhaven. Mensen met een verlaagde afweer of niet-gevaccineerden
hebben in Nederland daarom maar een betrekkelijk kleine kans om het
mazelenvirus op te lopen. Wanneer zij een reis maken naar een gebied in
de wereld waar het mazelenvirus endemisch voorkomt is het risico op
besmetting wel duidelijk aanwezig...