Wat is het?
Het
melanoom van de huid
is een vorm van huidkanker die uitgaat van de pigmentcellen
(melanocyten),
die overal in de huid voorkomen. In vergelijking met ander soorten
huidkanker
is het melanoom een agressief groeiende tumor die de neiging heeft
relatief
snel uit te zaaien.
een nodulair melanoom
Wat
zijn
melanocyten?
Normale
melanocyten
beschermen
de huid tegen de schadelijke invloed van zonlicht. Wanneer melanocyten
in groepjes voorkomen kunnen duidelijke pigmentvlekken zichtbaar zijn:
deze pigmentvlekken kennen wij allemaal als moedervlekken.
Net als
andere soorten
cellen
in het lichaam kunnen melanocyten veranderen in kankercellen. Dit kan
zowel
met melanocyten in moedervlekken gebeuren als met melanocyten elders in
de huid.
Wie
krijgt
melanoom?
Terwijl
de meeste vormen
van kanker vooral bij ouderen wordt gezien, is het melanoom een tumor
die
relatief vaak bij jonge patienten wordt gezien. Het is, samen met o.a.
leukaemie, een van de belangrijkste soorten kanker die bij jonge mensen
voorkomt. Melanoom op de kinderleeftijd is overigens uitermate
zeldzaam.
Melanoom
is soms een
familiaire
ziekte: meerdere leden van een familie of zelfs een gezin hebben
melanoom:
het is verstandig dat mensen die deel uit maken van een dergelijke
familie
contact opnemen met een dermatoloog.
Per jaar
wordt in
Nederland
circa 4000 keer een melanoom vastgesteld.
Wat
zijn
risicofactoren
voor
melanoom?
De
belangrijkste risico
factoren zijn:
- Licht
huidtype
- Mensen
met
een
zeer
licht
huidtype
(makkelijk
zonverbranding)
hebben groter risico op melanoom.
- Zonverbranding
op
kinderleeftijd
- Regelmatige
zonverbranding
vòòr
het
5e
levensjaar
lijkt
een
verhoogd
risico te geven op ontwikkelen van
melanoom op latere leeftijd.
- Moedervlekken
- Sommige
moedervlekken
hebben
een
verhoogd
risico
om
te ontaarden in een melanoom. Dit betreft
vooral de atypische moedervlekken en zeer grote aangeboren
moedervlekken.
Zie ook de pagina over moedervlekken.
- Erfelijke
aanleg
- Melanomen
kunnen
in
bepaalde
families
heel
veel voorkomen als gevolg van een genetisch
defect. Dragers van dit defect hebben een zéér sterk
verhoogd risico op het ontwikkelen van melanoom.
Op welke
verschijnselen
kunt u letten?
Melanomen
ontstaan
vaak
in
reeds
bestaande
moedervlekken. De moedervlek ondergaat hierdoor
veranderingen.
Deze veranderingen kunnen zijn:
- Kleurverandering
in
de
moedervlek
- Nieuwe
donkere
elementen
of
juist
lichte
ophelderingen
zijn
verdacht.
- Verandering
van
vorm
van
de
moedervlek
- Als
de
moedervlek
een
grillige
begrenzing
krijgt
of dikker wordt kan dit betekenen dat zich
een
melanoom aan het ontwikkelen is.
- Jeuk
- Pijn
- Bloeden
Let
wel:
niet ál deze verschijnselen hoeven op te treden wanneer een
moedervlek
verandert in een melanoom!
Als
een moedervlek
spontaan
ontstaat uit melanocyten in de gewone huid ontstaat er een plekje dat
aanvankelijk
lijkt op een gewone moedervlek. Deze plek kan echter dezelfde
verschijnselen
gaan geven zoals hierboven beschreven bij de veranderende moedervlek.
Welke
soorten melanoom zijn er?
Melanoma in situ
Dit is
nog geen melanoom,
maar het laatste stadium van verandering voordat een echt melanoom
ontstaat.
Er is weliswaar al sprake van kankercellen, maar deze zitten nog
‘opgesloten’
in het bovenste laagje van de huid, de opperhuid (epidermis). Over
melanoma in situ is een aparte folder beschikbaar.
Oppervlakkig
spreidend
melanoom (superficieel spreidend
melanoom)
De
meeste melanomen vallen
onder deze categorie. Deze melanomen hebben vaak een relatief groot
oppervlak,
maar groeien nog meestal niet diep in de huid.

een oppervlakkig groeiend melanoom (superficieel spreidend)
meer
foto's...
Nodulair melanoom
Bij dit
type melanoom is
er al in een relatief vroeg stadium sprake van een tumor-achtige
ophoping
van melanoomcellen. Aan de oppervlakte is dit vaak te zien als een
donkergrijs
of donkerblauw ‘bobbeltje’ in de moedervlek.
Acrolentigineus
melanoom
Dit, in
Nederland
zeldzame,
type wordt gezien aan de handen (vingers/nagels) en voeten
(tenen/nagels).
Melanoom
van
de
slijmvliezen
Zeldzaam
is het melanoom
aan het mondslijmvlies, de binnenzijde van de oogleden en de vagina.
Oogmelanoom
Melanomen
kunnen
behalve
aan
de
huid
en slijmvliezen ook in het oog voorkomen. Op dit
specifieke
melanoom zal hier niet verder worden ingegaan.
Ongepigmenteerd
melanoom (amelanotisch
melanoom)
Dit is
een ongekleurde
variant
van het gewone melanoom. Het is een berucht type, omdat het niet lijkt
op een melanoom en daarom vaak laat ontdekt wordt.

amelanotisch melanoom: er is geen pigment
aanwezig
Hoe
wordt het melanoom behandeld?
Behandeling (1) –
operatieve verwijdering
Wanneer
de huisarts
vermoedt
dat er sprake is van een melanoom zal hij de patient in de regel
doorverwijzen
naar de dermatoloog. De dermatoloog beoordeelt de verdachte afwijking
met
het blote oog en vaak ook met een speciaal microscoopje dat op de huid
kan worden geplaatst (de ‘dermatoscoop’). Wanneer de dermatoloog een
melanoom
vermoedt zal hij de verdachte plek operatief verwijderen met een marge
van enkele millimeters. Foto's
van deze ingreep
vind U hier.
Het
verwijderde stukje
huid
zal door de patholoog worden onderzocht. Als het inderdaad blijkt te
gaan
om een melanoom zal de patholoog de dikte van het melanoom meten
(‘Breslow-dikte’).
Uit vele onderzoeken is gebleken dat de dikte van het melanoom de
belangrijkste
voorspellende factor is voor de prognose: hoe dunner het melanoom hoe
beter
de overlevingskansen.
Behandeling (2) –
operatieve verwijdering litteken
Zodra de
dikte van het
melanoom
bekend is wordt het verdere beleid uitgestippeld.
Bij
dunne melanomen
(dunner
dan 1 millimeter) wordt het oorspronkelijk litteken opnieuw verwijderd,
doorgaans met een lapje huid van 1 centimeter breed aan weerszijde van
het litteken.
Bij
dikkere melanomen
(dikker
dan 1 millimeter) wordt het litteken meestal met een grotere marge
operatief
verwijderd.
Behandeling (3)
-
lymfeklieronderzoek
Zodra de
diagnose melanoom
zeker is zal de behandelend arts naar de lymfeklieren voelen. Melanomen
kunnen zich wanneer zij uitzaaien namelijk nestelen in de lymfeklieren,
en wanneer dit reeds heeft plaatsgevonden wordt het verder
behandelbeleid
hierop aangepast. In de meeste gevallen zullen de verdachte
lymfeklieren
worden verwijderd voor onderzoek.
Wanneer
het een dik
melanoom
betreft en er worden geen verdikte lymfeklieren gevoeld, wordt soms
toch
via een speciale techniek onderzocht of er uitzaaiingen hebben
plaatsgevonden.
Dit heet de poortwachtersklier-procedure. Met dit onderzoek kan de
lymfeklier
worden opgezocht die het meest waarschijnlijk als eerste aangedaan zou
zijn bij uitzaaiing.
Bij
melanomen dunner dan
1 mm wordt naast het voelen naar de lymfeklieren meestal geen
aanvullend
onderzoek naar de lymfeklieren uitgevoerd.
Behandeling (4)
–
aanvullende behandelingen
Bij
verreweg de meeste
patienten
bij wie melanoom is geconstateerd is verdere behandeling niet nodig.
Indien
er echter toch
sprake
is van verdere uitzaaiingen van het melanoom kan gekozen worden voor
aanvullende
behandelingen. Deze kunnen bestaan uit:
- Bestraling
- Bestraling
(radiotherapie)
wordt
soms
gegeven
op
het
huidgebied waar het melanoom is weggehaald en soms
ook ter plekke van uitzaaiingen. Kankercellen kunnen bestraling
slechter
verdragen dan gewone cellen. Geprobeerd wordt de dosis straling zo te
kiezen
dat de melanoomcellen vernietigd worden terwijl het normale weefsel zo
min mogelijk beschadigd raakt.
- Chemotherapie
- Bij
uitgezaaid
melanoom
wordt
soms
gekozen
voor
behandeling met chemotherapie. Voor deze therapie
worden
cytostatica gebruikt. Dit zijn zeer agressieve medicijnen die de deling
van cellen belemmeren. Het wordt in de vorm van pillen of infuus (in de
bloedbaan) toegediend en komen dus in het gehele lichaam. Kankercellen
(die meestal snel delende cellen zijn) zijn gevoeliger voor cytostatica
dan de normale weefsel cellen en zullen daarom eerder worden
‘uitgeschakeld’
dan de meeste gezonde cellen in het lichaam. Helaas hebben cytostatica
veel bijwerkingen (moeheid, haaruitval etc.).
- Immunotherapie
- Immunotherapie
is
vooralsnog
overwegend
een
experimentele
therapie.
Er
zijn
verschillende
soorten
immunotherapie
in
ontwikkeling. Meestal betreft het vaccins tegen melanoomcellen of
‘opgewerkte’
witte bloedcellen die de tumor selectief moeten aanvallen.
Immunotherapie
wordt in gespecialiseerde centra uitgevoerd. Er zijn inmiddels ook
geneesmiddelen ontwikkeld en in Nederland geregistreerd die effectief
kunnen zijn bij uitgezaaid melanoom. Het aantal en de grootte van de
uitzaaiingen kunnen bij mensen die gevoelig zijn voor het geneesmiddel
(soms drastisch) worden teruggebracht. Voor zover bekend kunnen deze
middelen alleen een onderdrukking van de tumoren bewerkstelligen en
geen volledige genezing van het melanoom.
Controle
Nadat
de behandeling is
uitgevoerd
wordt de patient gedurende 5 tot 10 jaar gecontroleerd. Meestal gebeurt
dit door de dermatoloog of door de dermatoloog en chirurg gezamenlijk.
De
controles worden in het
1e jaar 3-4x uitgevoerd. Daarna neemt, als zich geen problemen
voordoen,
de controlefrequentie af.
De
controle bestaat uit
inspectie van het litteken en het voelen naar de lymfeklieren. Tevens
wordt
de huid nagekeken op onrustige moedervlekken. In bijzondere situaties
zal
uitgebreider onderzoek plaatsvinden.
Wat
zijn de vooruitzichten?
Een
van de eerste
dingen
die iemand wil weten die met de diagnose 'melanoom' wordt
geconfronteerd
is: wat zijn mijn overlevingskansen? Voorspellingen zijn moeilijk. Elk
geval van melanoom is verschillend en er kunnen vele factoren zijn die
de prognose beïnvloeden.
De
overlevingskans is
sterk
afhankelijk van het feit of het melanoom al uitzaaiingen heeft gevormd
of niet.
Als het
melanoom geheel
verwijderd is en er zijn geen uitzaaiingen, dan is de prognose 100%,
want
de patient is genezen. Helaas is nooit met zekerheid te zeggen
dat
een melanoom niet uitgezaaid is op het moment dat het melanoom
door
de arts wordt verwijderd. Er kunnen al individuele melanoomcellen van
de
oorspronkelijke tumor losgeraakt zijn, die in de loop van de tijd op
andere
plaatsen in het lichaam een nieuwe tumor gaan vormen. Deze
‘micro’-uitzaaiingen
zijn in het begin van de controleperiode vaak moeilijk of niet op te
sporen.
Uit
grote onderzoeken
blijkt
steeds opnieuw dat de kans op uitzaaiingen duidelijk toeneemt naarmate
het oorspronkelijk melanoom dikker is. Bij 90-95% van de patienten met
een melanoom dunner dan 1 mm komt de ziekte niet terug. Naarmate het
melanoom
dikker wordt neemt het percentage patienten bij wie na 5 jaar nog geen
uitzaaiing van het melanoom is gevonden geleidelijk af.
Wanneer
er sprake is van
uitzaaiingen worden de vooruitzichten ongunstiger.
Voorkómen
van
melanomen
- Verstandig zonnen
- Bij
het
ontstaan
van
de
meeste
melanomen
lijkt
de zon een rol te spelen. Herhaaldelijke
zonverbrandingen,
vooral die vóór het 5e levensjaar zijn doorgemaakt,
verhogen
de kans op latere melanoomontwikkeling. Bescherm huid, en vooral de
huid
van kinderen, daarom goed tegen zonverbrandingen.
- Zelfcontrole
- Het
melanoom
van
de
huid
is
een
bijzondere
kanker omdat hij in een vroeg stadium door de patient
zelf
kan worden opgemerkt. Wanneer er dus afwijkingen aan de huid zijn die
een
of meer van de eerder genoemde alarmsymptomen tonen, aarzel dan niet
maar
neem snel contact op met de huisarts!
|