info van de dermatoloog

huidinfo.nl - kennis van de huid

Malassezia folliculitis

Malassezia folliculitis (Pityrosporum folliculitis) – informatie voor artsen

Laatste update: januari 2026
voor patientenfolder ‘gistpuistjes’ : klik hier

Kernpunten

  • Jeukende, monomorfe folliculaire papels/pustels (vaak bovenrug, borst, schouders; soms gezicht/nek) zonder comedonen passen bij Malassezia folliculitis.1,2
  • Wordt regelmatig verward met (truncale) acne of bacteriële folliculitis; onvoldoende respons of verslechtering op antibiotica is een hint.3,4
  • Diagnose kan vaak snel worden ondersteund door KOH-preparaat of cytologie; definitieve bevestiging kan via biopt met aantonen van gisten in/aan de follikel.1,5
  • Behandeling: eerst praktische maatregelen en topische antifungale therapie; bij uitgebreid/recidiverend of immuungecompromitteerd vaak systemische azolen en onderhoud met antifungale “wash”.2,1

Beschrijving van het ziektebeeld

Definitie. Malassezia folliculitis is een ontsteking van de pilosebaceuze follikel door overgroei van lipofiele gisten van het geslacht Malassezia. Klinisch presenteert dit als een acneïforme eruptie, maar typisch met monomorfe laesies en vaak duidelijke pruritus.1
Kliniek. Folliculair gebonden papels en pustels (meestal 1–3 mm), vaak symmetrisch op bovenrug, borst en schouders; soms ook hals, bovenarmen, haargrens of gelaat. Comedonen ontbreken meestal (helpt onderscheid met acne). Jeuk en “brandend” gevoel komen frequent voor.
Risicofactoren / context. Warmte/vocht, zweten, occlusie (sportkleding, beschermende kleding), talgrijke huid, (langdurig) antibioticagebruik bij acne, topical/systemische corticosteroïden en immuunsuppressie (o.a. transplantatie, hematologische maligniteit, HIV) verhogen de kans op overgroei en klachten.
3
Praktische tip (klinische verdenking)
Denk aan Malassezia folliculitis bij: monomorfe pustels/papels + jeuk + lokalisatie bovenromp + onvoldoende respons op antibiotica/retinoïden.
Overweeg laagdrempelig KOH/cytologie om maandenlange “acne-antibiotica” te voorkomen.3,4

Differentiaaldiagnoses

  • Acne vulgaris (truncaal/gelaat) – polymorf (comedonen + papels/pustels), vaak minder jeuk; reageert meestal wél op acne-therapie. Bij combinatiebeeld komen beide aandoeningen naast elkaar voor.3
  • Bacteriële folliculitis (o.a. S. aureus) – variabele laesies, soms pijn/gevoeligheid; kweek overwegen bij recidief/risicogroepen. (Zie ook NHG-Standaard Bacteriële huidinfecties voor beleid bij verdenking bacterieel.)
  • Steroid acne / acneïforme medicamenteuze eruptie – monomorf kan lijken; anamnese (corticosteroïden/medicatie) en mycologisch bewijs helpt.7
  • Eosinofiele folliculitis – vaak bij immuunsuppressie/HIV; histologie met eosinofilie; klinisch jeukend maar mycologie negatief.
  • Dermatofyt-/Candida-folliculitis – zeldzamer; kweek/PCR of histologie kan nodig zijn bij atypisch beeld of therapiefalen.5
  • Miliaria rubra – hitte/occlusie; niet strikt folliculair en geen gisten bij KOH.
  • Keratosis pilaris / folliculaire hyperkeratose – ruwe folliculaire papeltjes, doorgaans niet pustuleus.
  • Scabiës (folliculaire papels) – distributie/jeukpatroon, contactanamnese; bevestiging door mijt/ei/keutels.

Aanvullende diagnostiek

Doel. Snelle bevestiging van Malassezia-overgroei en – bij twijfel – aantonen van anatomische associatie met de follikel.
Aanpak in de praktijk
  1. Direct preparaat (KOH) uit pustelinhoud/folliculaire inhoud (bijv. comedone-extractor): snelle bedside ondersteuning. In series is KOH praktisch en diagnostisch behulpzaam.3,1
  2. Cytologie (bijv. May-Grünwald-Giemsa): kan zeer sensitief zijn voor gisten in folliculaire inhoud en wordt beschreven als praktische tool.5
  3. Biopt (H&E + PAS/GMS indien nodig): bij atypisch beeld, therapiefalen of om alternatieve oorzaken uit te sluiten. Histologie kan het onderscheid met niet-Malassezia folliculitis ondersteunen.6,1
  4. Kweek is zelden nodig (speciale lipidenrijke media), maar kan bij onderzoeks-/complexe casuïstiek of immuungecompromitteerden zinvol zijn.1
Opmerking over testinterpretatie. Bij directe microscopie verwacht je typisch gistcellen (monopolaire budding) en géén hyfen; biopt bevestigt de folliculaire lokalisatie.1

Richtlijnen (Nederland)

  • NVDV: er is geen breed gebruikte, specifieke NVDV-richtlijn uitsluitend voor Malassezia folliculitis; NVDV-richtlijnen worden ontsloten via de Richtlijnendatabase.
  • NHG: bij verdenking op bacteriële folliculitis/impetiginisatie of beleid in de eerste lijn: zie NHG-Standaard “Bacteriële huidinfecties” (incl. folliculitis-onderdelen). Bij oppervlakkige mycosen: NHG-Standaard “Dermatomycosen” (Malassezia vooral in context van pityriasis versicolor).

Behandelopties (oplopend in ‘intensiteit’ én bewijskracht)

Algemeen (altijd)

  • Verminder warmte/occlusie, advies over luchtige kleding, douche na sporten, vermijd vette/occlusieve emollientia op aangedane gebieden.1
  • Herzie indicatie voor (langdurige) antibiotica bij acne; overgroei van Malassezia kan hierdoor in stand worden gehouden.3

1) Topische antifungale therapie (eerste keuze bij mild–matig / als onderhoud)

  • Ketoconazol 2% shampoo / wash: als lichaamswash (bijv. dagelijks gedurende 2 weken, daarna 2–3×/week of “as needed” als onderhoud). Doseringsschema’s en onderhoudsstrategieën zijn beschreven in klinische series.3
  • Ketoconazol 2% crème: 2×/dag op laesies; in een prospectieve serie werd klinische verbetering beschreven (gemiddeld binnen enkele weken).7
  • Seleniumsulfide shampoo/lotion: in klassieke beschrijvingen effectief, vaak met noodzaak tot onderhoud/intermitterend gebruik om recidief te beperken; in een klinische serie werd gebruik 3×/week als onderhoud genoemd.8,3
  • Econazol crème (of andere imidazolen): beschreven als effectief in vroege studies; praktisch alternatief bij intolerantie/voorkeur.8
  • Propyleenglycol 50% in water: historisch beschreven als topische optie; in de praktijk minder gebruikt (kan irriteren).8

2) Systemische azolen (bij uitgebreid, hardnekkig, snel recidiverend of bij immuungecompromitteerden)

Systemische therapie geeft vaak snellere respons dan uitsluitend topisch; recidief is frequent, daarom vaak combineren met onderhoudswash.1,2

Itraconazol

Doseringsvoorstel (zoals beschreven in literatuur): 100 mg per dag (oraal) is beschreven in een prospectieve serie; behandelduur in de praktijk vaak 1–2 weken, bij hardnekkige gevallen langer (schema afhankelijk van respons/recidief). 7, 2

Opmerkingen: Let op interacties (CYP3A4), QT/hartrisico’s en leverfuncties volgens lokale protocollen. Combineer vaak met onderhoud (shampoo).

Fluconazol

Voorbeelden uit casuïstiek/series: 200 mg 1×/week gedurende 3 weken (daarna 1×/maand gedurende enkele maanden als onderhoud), óf 100 mg per dag gedurende 2 weken (in suspensie: 40 mg/mL, 2,5 mL/dag = 100 mg/dag).

Overweeg bij contra-indicaties voor itraconazol of bij voorkeur voor wekelijkse dosering. Check interacties en leverfuncties conform lokale afspraken. 9

3) Onderhoud / recidiefpreventie

  • Onderhoud met ketoconazol- of seleniumsulfide-wash 1–3×/week is vaak nodig bij recidiverende klachten (met name in warm/vochtig seizoen of bij veel sport).3,8
  • Bij recidiverende, uitgebreide ziekte: overweeg “pulse”/herhaalbehandeling met systemisch azool volgens lokale protocollen en risico-inschatting.2
Wanneer heroverwegen / opschalen?
  • Geen verbetering na 2–4 weken adequate topische therapie + maatregelen.
  • Atypische lokalisatie, pijnlijke nodi/abcesvorming, koorts of snelle progressie.
  • Twijfel aan diagnose: doe KOH/cytologie of biopt (en overweeg kweek) en heroverweeg DD.6,5

Referenties (PubMed)

  1. Vlachos C, Henning MAS, Gaitanis G, Faergemann J, Saunte DML. Critical synthesis of available data in Malassezia folliculitis and a systematic review of treatments.
    J Eur Acad Dermatol Venereol. 2020;34(8):1672–1683.
    PubMed
  2. Henning MAS, Hay R, Rodriguez-Cerdeira C, et al. Position statement: Recommendations on the diagnosis and treatment of Malassezia folliculitis.
    J Eur Acad Dermatol Venereol. 2023;37(7):1268–1275.
    PubMed
  3. Ayers K, Sweeney SM, Wiss K. Pityrosporum folliculitis: diagnosis and management in 6 female adolescents with acne vulgaris.
    Arch Pediatr Adolesc Med. 2005;159(1):64–67.
    PubMed
  4. Green M, (co-authors per publicatie). Clinical characteristics and treatment outcomes of Pityrosporum folliculitis in immunocompetent patients.
    (Systematische/retrospectieve data; zie PubMed record).
    PubMed
  5. Durdu M, Güran M, Ilkit M. Epidemiological characteristics of Malassezia folliculitis and use of the May-Grünwald-Giemsa stain to diagnose the infection.
    Diagn Microbiol Infect Dis. 2013;76(4):450–457.
    PubMed
  6. Song HS, Kim SK, Kim YC. Clinical and histological comparison between Malassezia folliculitis and non-Malassezia folliculitis.
    Ann Dermatol. 2014;26(4):598–602.
    PubMed
  7. Suzuki C, Sugita T, Akasaka E, et al. Clinical and mycological evaluation of pityrosporum folliculitis in young males.
    Keio J Med. 2016;65(3):45–50.
    PubMed
  8. Bäck O, Faergemann J, Hörnqvist R. Pityrosporum folliculitis: a common disease of the young and middle aged.
    J Am Acad Dermatol. 1985;12(1 Pt 1):56–61.
    PubMed
  9. Hald M, Arendrup MC, Svejgaard EL, Lindskov R, Foged EK, Saunte DM; Danish Society of Dermatology. Evidence-based Danish guidelines for the treatment of Malassezia-related skin diseases. Acta Derm Venereol. 2015 Jan;95(1):12-9. doi: 10.2340/00015555-1825. PMID: 24556907.   PubMed

Schuiven naar boven