info van de dermatoloog

huidinfo.nl - kennis van de huid

Telogeen effluvium

Telogeen effluvium – informatie voor artsen

 

Let op: de informatie over telogeen effluvium op deze pagina is bedoeld voor artsen. Er is ook een patiëntenfolder over telogeen haarverlies beschikbaar.

Kernpunten

  • Definitie: diffuse, niet-cicatriciële haaruitval door een toename van telogene haren; vaak start de shedding 2–4 maanden na een trigger.
  • Diagnose: vooral klinisch (anamnese + haartrektest); trichoscopie kan helpen; aanvullend lab is bedoeld voor het opsporen van onderliggend lijden.
  • Beleid: counseling + oorzaak wegnemen is eerste keus. Meestal spontaan herstel binnen 3–6 maanden; cosmetisch herstel kan tot ~12–18 maanden duren.
  • Therapie: bij >6 maanden haaruitval of verdenking op co-existente AGA/FPHL: overweeg topicaal minoxidil (off-label bij TE).

Beschrijving van het ziektebeeld

Telogeen effluvium (TE) is een diffuse vorm van niet-cicatriciële alopecie waarbij relatief veel haarfollikels vroegtijdig vanuit anagen naar telogen verschuiven.
Dit resulteert in toegenomen haaruitval (shedding), vaak merkbaar bij wassen/borstelen en op kussen of kleding.
Klassiek ontstaat de shedding 2–4 maanden na een uitlokkende factor en houdt dan vaak 3–6 maanden aan.[1][2]

Men onderscheidt acuut TE (meestal <6 maanden) en chronisch TE (persisterend >6 maanden).
TE kan ook naast andere haarziekten voorkomen, met name alopecia androgenetica/female pattern hair loss (AGA/FPHL).

Klinisch beeld

  • Diffuse haarverdunning zonder littekenvorming; follikelopeningen blijven zichtbaar.
  • Variabele ernst; soms trichodynie (pijn/brandend gevoel van de hoofdhuid).
  • Positieve haartrektest met telogene “club hairs”.
  • Regroei doorgaans aanwezig (korte, rechtopstaande teruggroeiende haren), vooral zichtbaar bij trichoscopie.[1][2]

Veelvoorkomende triggers (voorbeelden)

  • Koorts/infectie (incl. post-virale of post-COVID shedding), operatie/trauma, bevalling/postpartum, snel gewichtsverlies of crash-dieet.
  • Endocrien/metabool: schildklierfunctiestoornis; ijzerdeficiëntie; andere nutritionele tekorten (contextafhankelijk).
  • Geneesmiddelen (denk aan “drug-induced alopecia”): o.a. retinoïden, anticoagulantia, β-blokkers, anti-epileptica, antidepressiva; start vaak weken–maanden na initiatie/dosiswijziging.[3]

Prognose

Bij acuut TE is het beloop vaak zelflimiterend na het wegnemen van de trigger. Leg uit dat zichtbare cosmetische verbetering tijd kost (haargroei ~1 cm/maand) en dat volledig herstel maanden tot >1 jaar kan duren.

Differentiaaldiagnose

  • Alopecia androgenetica / FPHL: patroongebonden verdunning, miniaturisatie en “hair diameter diversity” (trichoscopie), vaak fronto-pariëtaal; TE kan dit maskeren of uitlokken.
  • Alopecia areata diffusa / incognita: diffuse shedding, soms met “exclamation mark hairs” of typische trichoscopische kenmerken; kan lijken op TE.
  • Anagen effluvium: snelle haaruitval dagen–weken na cytostatica of toxische exposities; dystrofische haren i.p.v. telogene club hairs.
  • Tractie-alopecie en trichotillomanie: breukharen, onregelmatig beeld, vaak lokalisatiegebonden; dermoscopie kan helpen.
  • Inflammatoire/scarrende alopecieën (bijv. lichen planopilaris, discoïde lupus): erytheem, perifolliculaire schilfering, verlies van follikelopeningen; overweeg biopt.
  • Tinea capitis, secundaire syfilis, diffuse shedding bij systemische ziekte (context/risico-afhankelijk).

Aanvullende diagnostiek

Anamnese (gericht)

  • Timing: start shedding en mogelijke trigger 2–4 maanden eerder; beloop (<6 maanden vs >6 maanden).
  • Recent: koorts/infectie, operatie, bevalling, stressor, dieet/gewichtsverlies, nieuwe medicatie of dosiswijzigingen.
  • Systemische klachten: moeheid, gewichtsverandering, menstruatie-/bloedverlies, schildkliersymptomen, inflammatoire klachten.
  • Haarpraktijken: strakke kapsels, chemische behandelingen, hitte; psychosociale factoren.

Lichamelijk onderzoek

  • Scalp: schilfering/erytheem, tekenen van cicatriciële alopecie (verlies follikelopeningen), verdelingspatroon.
  • Haartrektest: pak ~50 haren (vertex + pariëtaal + occipitaal) en trek proximaal→distaal; positief bij ≥2 telogene haren op meerdere locaties.

Trichoscopie / aanvullende testen

  • Trichoscopie: bij TE vaak diffuus rechtopstaande, korte teruggroeiende haren, “empty follicles” en soms yellow dots; helpt vooral om AGA/FPHL (miniaturisatie) te onderscheiden.
  • Modified wash test (optioneel): kan TE vs AGA en combinatiebeelden ondersteunen in de polikliniek.[4]
  • Biopt: alleen bij atypisch beeld, verdenking cicatriciële alopecie of persisterende diagnostische onzekerheid.

Laboratorium (gericht; opsporen onderliggend lijden)

  • Basis (veel gebruikt): Hb, ferritine + ijzerstatus (serum ijzer, transferrine, transferrinesaturatie), TSH, vitamine D.
  • Overweeg aanvullend afhankelijk van context: B12/foliumzuur, zink, lever-/nierfunctie, CRP/bezinking, zwangerschapstest, syfilisserologie.

Behandeling

Rangschikking hieronder is op basis van eenvoudige toepasbaarheid én (waar beschikbaar) bewijskracht.
Kern: TE is vaak zelflimiterend; behandel primair de oorzaak en begeleid de patiënt.[1][2]

1) Voorlichting & expectatief beleid (eerste keus)

  • Leg het mechanisme en de tijdslijn uit (trigger → 2–4 maanden later shedding; herstel vaak 3–6 maanden; cosmetisch herstel kan 12–18 maanden duren).
  • Normaliseer en bespreek impact; bied follow-up (bijv. 3 maanden) en objectivering (foto’s/trektest/wash test) aan.
  • Adviseer milde haarverzorging; voorkom agressieve styling/tractie.

2) Oorzaak opsporen en wegnemen

  • Behandel onderliggend lijden (bijv. schildklier, inflammatie, postpartum, malnutritie).
  • Bij verdenking geneesmiddel-geïnduceerd TE: heroverweeg medicatie (risico–baten), eventueel switch/stop in overleg met voorschrijver.[3]

3) Corrigeer ijzerdeficiëntie / lage ferritine

  • Bij bewezen ijzerdeficiëntie of ferritine laag: suppletie volgens lokale standaarden; hercontroleer na ~3 maanden (kliniek + ijzerstatus).
  • Observationale data suggereren dat in TE ook bij “niet-lage” ferritinewaarden ijzersuppletie (met name bij hogere elementaire dosering, >100 mg/dag) geassocieerd kan zijn met hogere patiënttevredenheid; interpretatie blijft voorzichtig (niet-gerandomiseerd).[5]

4) Topicaal minoxidil (overweeg bij >6 maanden TE of bij co-existente AGA/FPHL)

Let op: minoxidil bij TE is off-label. Bespreek verwachtingen, bijwerkingen (irritatie, initiële shedding) en het tijdspad (evaluatie pas na ≥6 maanden gebruik).

  • Doseringsvoorstel (op basis van klinische trial): 5% minoxidil lotion 1 mL op de gehele behaarde hoofdhuid, 2×/dag, gedurende 24 weken.[6]
  • Praktisch (zoals vaak toegepast): 5% minoxidil (schuim of lotion) 1–2×/dag; schuim kan beter worden verdragen dan lotion bij irritatie/propyleenglycol-gevoeligheid.

5) Voedingssupplementen (alleen selectief; bewijs wisselend)

Algemeen geldt: suppletie heeft vooral een plaats bij aantoonbare deficiënties; de kwaliteit van evidence voor “hair supplements” varieert en is regelmatig beperkt.[7]

  • Voorbeeld van studiedosering (proof-of-concept): inductie met drinkbare oplossing (hydrolyzed collagen 8 g + vit B5/B6 + zink) 1×/dag gedurende 1 maand, gevolgd door onderhoud met tablet (o.a. hydrolyzed collagen 300 mg, L-cystine 100 mg, L-methionine 50 mg, vitamines/mineralen) 1 tablet/dag gedurende 3 maanden (of in aparte trial: 1 tablet/dag gedurende 5 maanden).[8]
  • Biotine: routine-suppletie wordt afgeraden tenzij deficiëntie aannemelijk/biochemisch bevestigd; denk aan interferentie met immunoassays bij hoge doseringen.
    [9]

6) Wanneer verwijzen / opschalen?

  • Twijfel aan diagnose of verdenking cicatriciële alopecie (erytheem/schilfering/perifolliculaire hyperkeratose, verlies follikelopeningen).
  • Patchy haarverlies, wenkbrauw-/lichaamshaarverlies, duidelijke nagelafwijkingen, of alarmsymptomen voor systemische ziekte.
  • Persisterend >6–12 maanden ondanks adequate counseling en aanpak van triggers/deficiënties.

Referenties (PubMed)

  1. Rebora A. Telogen effluvium: a comprehensive review.
    Clin Cosmet Investig Dermatol. 2019.
    PubMed
  2. Malkud S. Telogen Effluvium: A Review.
    J Clin Diagn Res. 2015.
    PubMed
  3. van den Bemt PM, Brodie-Meijer CC, Krijnen RM, Nieboer C. [Drug induced alopecia].
    Ned Tijdschr Geneeskd. 1999.
    PubMed
  4. Guarrera M, Cardo PP, Rebora A. Assessing the reliability of the Modified Wash Test.
    G Ital Dermatol Venereol. 2011.
    PubMed
  5. Soutou B, Rahme S, Bizdikian AJ, Skaff S, Helou J, Tomb R. Iron Supplementation May Improve the Patient’s Level of Satisfaction in Not-Low-Ferritin Telogen Effluvium: A Real-Life Observational Study.
    2024.
    PubMed
  6. Ohyama M, Irisawa R, Uchiyama M, Mori M, Aoki K, Ueda Y, Fujita T. Use of 5% Topical Minoxidil Application for Telogen Effluvium: An Open-Label Single-Arm Clinical Trial.
    J Dermatol. 2025.
    PubMed
  7. Drake L, Reyes-Hadsall S, Martinez J, Heinrich C, Huang K, Mostaghimi A. Evaluation of the Safety and Effectiveness of Nutritional Supplements for Treating Hair Loss: A Systematic Review.
    JAMA Dermatol. 2023.
    PubMed
  8. Arias EM, Floriach N, Moreno-Arias G, Camps A, Arias S, Trüeb RM. Targeted Nutritional Supplementation for Telogen Effluvium: Multicenter Study on Efficacy of a Hydrolyzed Collagen, Vitamin-, and Mineral-Based Induction and Maintenance Treatment.
    Int J Trichology. 2022.
    PubMed
  9. Abdel Rahman SH, Salem RM, Sabry JH. Biotin Deficiency in Telogen Effluvium: Fact or Fiction?
    J Clin Aesthet Dermatol. 2020.
    PubMed

Laatste update: januari 2026

Schuiven naar boven